Werking van infrarood
Zonder infrarood is geen leven op aarde mogelijk.
De zon is onze grootste leverancier van infrarood, een enorme energiebron. Elektromagnetische stralen transporteren deze energie naar de aarde.
Deze stralen worden onderverdeeld in verschillende golflengtes.
De eenheid voor deze onderverdeling is de nanometer (nm).
Een nm is een miljoenste millimeter.
De warmte elementen in de cabine stralen met een bepaalde golflengte en dus met een bepaalde energie.
Wij vangen die stralen met ons lichaam op waardoor we warmte voelen.
De verschillende golflengtes kunnen tot verschillende dieptes in ons lichaam doordringen.
De warmtestraling is onder te verdelen in:
- IR-A straling = kortegolf infrarood
Deze straling heeft een indringdiepte van max. 5 mm in de huid.
- IR-B straling = middengolf infrarood
Deze straling wordt vrijwel in zijn geheel geabsorbeerd door de opper/lederhuid.
Hierdoor worden de zenuwen in de huid geactiveerd die aangeven of het te warm wordt.
- IR-C straling = langegolf infrarood
Deze straling wordt gedeeltelijk geabsorbeerd door de opperhuid. Het grote verschil is dat een deel verloren gaat aan de omgeving (luchtverwarming).
In een infraroodcabine is de temperatuur tussen de 40 à 60 C. De warmte wordt geleverd door de infrarood-bron en na verloop van tijd, in mindere mate, door de warme lucht. Belangrijk is welk spectrum er wordt aangeboden(IR A/B/C). Dit bepaalt ook de opwarmtijd van de infraroodbron. |